Nieuwsbrieven

Lodewijk, kleinzoon van Caroline Schmutzer

 Door Ceciel Bruin-Mosch en Caro van de Acker:

Nee, van Melania had hij nog nooit gehoord. Dat vertelt de kleinzoon van Caroline Schmutzer-Van Rijckevorsel, medeoprichtster van Melania in 1921. Moesje, zoals hij haar noemde, had niet uitgebreid verteld over haar tijd in Nederlands-Indië. Hij wist wel dat zijn grootmoeder daar goede dingen had gedaan, zijn grootvader trouwens ook. Maar zoals Moesje zei: je deed wat je moest doen.

"

Het is een mooie woensdagmiddag als Cecile en ik hartelijk worden ontvangen door Lodewijk en Yolanda Stuyt in hun huis in Bennekom. De tafel ligt vol met paperassen en foto’s die de familiegeschiedenis vertellen. Schmutzer is een bekende naam maar ook Van Rijckevorsel en Stuyt. Voordat we aan de thee gaan, staan we rond de tafel en proberen alles te bekijken en ons een verdere indruk te vormen van Caroline Schmutzer, Moesje. Leuk om te horen is dat zij Moesje herkennen in het stuk dat is geschreven in de jubileumbundel van 100 jaar Melania Ontwikkelingssamenwerking.

Vanuit haar geloof heeft zij goede dingen gedaan. Zelf zijn Lodewijk en Yolanda ook gelovig en via contacten met nonnen kwamen zij het verhaal bij Melania tegen. Bij het overlijden van een non lag daar het blad van het Katholiek Documentatie Centrum (KDC) op tafel. In dat specifieke nummer was een artikel opgenomen van Jan Stuyt, grootvader van Lodewijk en een architect van vele kerken in Nederland. Daarom hebben zij dat blad gekregen. Al bladerend door het blad zag Yolanda het plaatje van  de jubileumbundel met de foto van Caroline Schmutzer op de kaft. Wat een toeval, zowel een grootvader als grootmoeder in hetzelfde blad! Toen was het contact met Melania gauw gelegd en werd meer duidelijk van het werk van Moesje. Het privé-archief werd uit de dozen gehaald en voor ons klaargelegd waardoor ze er ook zelf in konden snuffelen.

Het archief van Melania dat door het KDC bewaard wordt en waaruit het verhaal van Caroline van Rijckevorsel te voorschijn kwam, bestaat uit brieven, krantenartikelen en enige informatie van internet. Hier ligt alles geordend in fotoboeken en mappen. De moeder van Lodewijk was secretaresse en heeft accuraat alles bijgehouden. We zien foto’s van Caroline uit 1918 in haar verpleegstersuniform met haar klas. Ook familiefoto’s van de tijd in Nederlands Indië. De twee broers en hun kinderen. Ik lees dat de boot waarmee de familie in 1920 naar Nederlands Indië vertrok ‘Patia’ heette en ruim 5 weken deed over de reis. Foto’s van de kerk die in opdracht is gebouwd en nog steeds bestaat en ook nog een geloofsgemeenschap heeft.

In de kerk bevindt zich een plaquette ter ere van Caroline. Ook de tempel/monument (Candi) die is gebouwd staat er nog. We zien een schilderij van hun huis dat inderdaad een ‘garage’ had waarin Caroline haar polikliniek begon. Gelukkig een hele grote ‘garage’ begrijpen we. In het interieur van het huis in Ganjuran hing een op het meest witte marmer gebeeldhouwde Madonna met kind, een huwelijksgeschenk van Julius aan Caroline. Dat hangt nu in de woonkamer in Bennekom. Het huis in Ganjuran is helaas in 1955 verloren gegaan.

De herinneringen blijven. En dan met name de goede herinneringen aan Moesje. Zij had een lief karakter, was tolerant en empathisch en had altijd tijd voor haar kleinkinderen. Ze waren welkom bij haar, vonden daar rust en werden in de watten gelegd. Haar kinderen, drie meisjes en een jongen, zijn niet in het ontwikkelingswerk terechtgekomen. Wel zijn het gelovige en maatschappelijk betrokken personen. Dat is ook doorgegeven aan de volgende generatie. En dat hebben wij gemerkt tijdens deze bijzondere middag bij het nuttigen van thee met daarbij een volgens geheim familierecept gebakken cake.

De gouden jaren van Caroline Schmutzer lagen in Ganjuran, het familiebezit op Midden Java, waar zij vanaf haar huwelijk woonde van 1920 tot 1934. Daar zette zij zich in, samen met haar echtgenoot en naast de zorgen van alledag, voor de materiële en geestelijke ontwikkeling van de plaatselijk bevolking. Door de oorlog ging het privébezit verloren, maar niet hetgeen voor de bevolking werd gebouwd: Ganjuran is nog steeds een centrum van liefde voor de medemens en van godsdienstige verdieping.